Spoorwegprivatisatie en Europese arrogantie

Eind januari presenteerde de Eurocommissaris voor transport Siim Kallas het voorstel voor het vierde grote pakket maatregelen over het spoorvervoer. Het beheer van de infrastructuur en het spoorvervoer wordt in deze maatregelen verplicht gescheiden, wat in Nederland op het moment al zo is, al is er discussie over het juist weer samenvoegen van NS en Prorail. Verder moet het vervoer vanaf 2019 verplicht worden geprivatiseerd, zij het door concurrerend commercieel spoorvervoer toe te laten of via openbare aanbesteding. De toelating van materieel en van treinbedrijven die nu nog nationaal wordt geregeld wordt in het voorstel naar Brussel verplaatst. Op het moment zijn het nog maar voorstellen, waarvan aanname nog lang niet zeker van is: in het Europees Parlement is er geen tekort aan kritiek op het voorstel.

De scheiding van beheer en exploitatie van het spoor heeft nog wel enig nut. Als er meerdere vervoerders actief zijn op het spoor, waarvan één ook degene is die de toegang tot het spoor beheert is het inderdaad te verwachten dat daar misbruik van wordt gemaakt. Verdere privatisatie van het spoor is een ronduit slecht idee. Het personenvervoer is een publiek goed, waarbij niet moet worden ingezet op winstmaximalisatie, maar op de grootst mogelijke voordelen voor de maatschappij. Verlieslijdende routes zijn slecht voor het spoorbedrijf, maar kunnen van groot belang zijn voor de gemeenschappen die ze bedienen. Bovendien is daadwerkelijke concurrentie in het personenvervoer niet mogelijk. Dat je op het station aankomt en mag kiezen tussen twee bedrijven die allebei retourtjes Amsterdam aanbieden, in plaats van gewoon de eerste trein te nemen. Om dit probleem te ondervangen neemt privaat treinvervoer meestal de vorm aan van biedingen op concessies, waar niet kwaliteit maar de laagste prijs doorslaggevend is. Dergelijke concessies leiden bovendien tot fragmentatie van het spoor. Dit is precies het probleem dat in Nederland ook speelt, waar je bij het overstappen op een andere vervoerder moet uitchecken bij de een en inchecken bij de ander. Op hetzelfde traject zijn er meerdere tarieven, en je abonnement is niet overal geldig. Deze problemen zijn wel te ondervangen, maar dat behelst een dergelijke mate van overheidsbetrokkenheid dat er van enige vrije markt weinig overblijft. Het is dan een stuk handiger het vervoer direct door een staatsbedrijf aan te laten bieden.

Deze voorstellen zijn symptoom voor een breder probleem met de EU. Dat de Commissie, een van de meest ondemocratische instituten in Europa, juist degene is die dit soort voorstellen doet en de arrogantie waarmee het wordt gepresenteerd, zijn twee van de grote problemen met het handelen van de Europese Unie. Het eerste punt is vrij simpel, de commissarisen worden benoemd in achterkamertjes en zijn vervolgens aan niemand verantwoording verschuldigd; maar ze hebben wel enorme macht. Het tweede punt vereist iets meer toelichting en een filmpje:

En lees dan ook het statement dat Kallas over zijn voorstel maakte. We moeten volgens hem dit pakket aannemen, want anders:

We can slide down the slippery slope to a Europe where railways are a luxury toy for a few rich countries and are unaffordable for most in the face of scare public money.

Rail would all but disappear from large parts of the continent.

Het komt wel vaker voor dat er uit de EU voorstellen komen, waar iedereen eigenlijk wel voorstander moet zijn, want anders volgt rampspoed. Het is op zich niet vreemd dat de Europese Unie voorstellen doet die meer macht geeft aan Europa, of dat deze meestal doorspekt zijn met een ‘alles naar de markt’-denken. Maar ze moeten dit wel gewoon goed onderbouwen en oppositie serieus nemen.

Deel deze pagina op: