Het wordt vaak gezegd dat China nu dan wel een autoritaire staat mag zijn, dat zal snel veranderen. Door de economische groei en een belangrijker wordende middenklasse zouden democratische veranderingen niet kunnen uitblijven.
Een democratische Volksrepubliek China lijkt nu echter het verst weg sinds het neerslaan van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. De recente aanvaring van China met Google over het censureren van zoekresultaten is slechts een onderdeel van deze grotere ontwikkelingen.
Dit is goed te zien in Hong Kong. Deze voormalige Britse kolonie is sinds 1997 overgedragen aan de Chinezen, onder de belofte van een democratisch bestuur. Hong Kong is dan ook zonder twijfel het meest vrije deel van China. Ze hebben zowaar een meerpartijenstelsel. De helft van het parlement wordt echter nog steeds benoemt, en ook de leider van de stad wordt aangewezen door Peking. De inwoners van Hong Kong is grotere zeggenschap belooft, maar hervormingen blijven uit.
In een recent interview in de China Daily, een Engelstalige staatskrant en spreekbuis van het regime, wordt er hevige kritiek geuit op de democratie: “Western-style elections, however, are a game for the rich.” De conclusie was dan ook simpel: “As a socialist country, we cannot simply take the Western approach.” Het interview gaat verder over een nieuwe verandering in de Chinese kieswet. Kandidaten (allen van de Communistische Partij uiteraard) moeten vanaf nu de stemmers ontmoeten.
Dat is ongeveer de manier waarop China het systeem wil hervormen, met dit soort kleine en totaal onbenullige stappen die totaal niets bijdragen aan eerlijke verkiezingen. Het blijft een eenpartijenstelsel, en Chinese verkiezingen blijven meer weg hebben van een stemming onder de communistische ledenraad. En ook daar spelen ze vals.