De verkiezingsprogramma’s: Onderwijs

In de aanloop naar de verkiezingen hebben bijna alle partijen hun verkiezingsprogramma’s gepubliceerd. Maar wat zijn nu eigenlijk de verschillen tussen de partijen? De komende weken zal ik hier voor elke partij in een overzicht geven van de standpunten van de partijen over de belangrijkste onderwerpen. Deze week over het onderwijs.

De PVV en de SGP hebben de verkiezingsprogramma’s nog niet gepubliceerd.

CDA

Zoals van een christen-democratische partij valt te verwachten hecht het CDA veel waarde aan het bijzonder onderwijs – de katholieke en protestantse scholen. Hierbij passend is het CDA standpunt over verplichte spreiding van leerlingen gebaseerd op etniciteit, het CDA is hier fel op tegen.

Het VMBO en MBO moet volgens het CDA stukken beter, dit kan worden gerealiseerd door het creëren van ‘doorlopende leerlijnen’ tussen de twee scholen. Ook ziet het CDA graag dat meer ROC’s zich gaan omvormen tot ‘ambachtsscholen’, in nauwe samenwerking met het lokale bedrijfsleven. Hierdoor hopen ze de vaktrots weer te herstellen.

Bij het hoger onderwijs (HBO/WO) wil het CDA de numerus fixus afschaffen, deze wordt dan vervangen door selectie aan de poort. Het CDA is voor behoud van het huidige systeem voor de studiefinanciering, al moeten studenten die te lang over hun studie doen wel meer collegegeld betalen. Ook voor topopleidingen, bijvoorbeeld de verschillende University Colleges, mogen universiteiten een hoger collegeld vragen. Door het doelmatiger inzetten van de reismiddelen (OV-studentenkaart) wil het CDA bezuinigen op het hoger onderwijs.

PvdA

De Partij van de Arbeid wil het niveau van de leraren verhogen door hogere eisen te stellen aan aspirant-leraren, ook aan het einde van de lerarenopleiding moeten de eisen omhoog. Ook in het middelbaar onderwijs wil de PvdA de exameneisen verscherpen, en zo de dalende kwaliteit tegengaan.

Door flexibeler om te gaan met het moment waarop kinderen een keuze moeten maken voor een bepaalde school hopen de sociaal-democraten vooral op de overgang tussen het VMBO-T (MAVO) en de HAVO meer leerlingen een hogere opleiding te laten volgen.

In het HBO en universitair onderwijs wil de PvdA de financiering compleet gaan veranderen door middel van een sociaal leenstel. Het wettelijk collegeld blijft echter wel bestaan (de overheid blijft dus het grootste deel van het collegeld betalen), evenals de aanvullende beurs voor studenten met laag-verdiendende ouders.

SP

Volgens de Socialistische Partij zijn de onderwijshervormingen van de afgelopen jaren desastreus geweest. Nieuwe grote hervormingen mogen dan ook alleen worden doorgevoerd als het onderwijs zelf het er mee eens is. Grote veranderingen heeft de SP dan ook niet voor ogen in het onderwijs.

De SP wil dat scholen voortaan schoolboeken niet meer via aanbesteding moeten kopen. De leraren moeten zelf kunnen kiezen welke methode er gebruikt wordt in de les.

De SP wil geen wijzigingen doorvoeren aan de studiefinanciering, de huidige basisbeurs moet dus behouden blijven. Wel willen ze dat ook studenten aan het MBO een OV-studentenkaart krijgen, nu mogen alleen studenten aan het HBO en WO gratis met het openbaar vervoer.

VVD

Net zoals alle partijen wil de VVD spijbelen tegen gaan, veelvuldig spijbelende leerlingen worden moeten dan ook hard worden gestraft. De VVD stelt voor om hun kinderbijslag in te houden.

Net als het CDA schenkt de VVD aandacht aan de opleiding van vakmensen. Het bedrijfsleven moet meer bij het beroepsonderwijs worden betrokken. Ook is de VVD voor het herinvoeren van de MAVO.

De VVD erkent het belang van leraren in het onderwijs. Het lerarenvak moet weer een respectabele carriere worden, en om dit te stimuleren wil de VVD dat leraren die aantoonbare resultaten leveren voor de klas hiervoor in het salaris worden beloont. Ook moeten leraren weer een hogere opleiding krijgen, het minimum opleidingsniveau wordt dus stapsgewijs verhoogt.

In het hoger onderwijs is de VVD voor de invoering van een sociaal leenstelsel.

Groenlinks

Het mag van Groenlinks niet meer dat sommige leerlingen van school moeten omdat ze geen stageplek kunnen vinden, daarom worden (V)MBO’s verplicht een stageplek te vinden voor hun leerlingen als ze die niet zelf kunnen vinden. Door bestaande regels over urennormen strenger toe te passen, slechte scholen te sluiten en begeleiding voor spijbelers hoopt Groenlinks de kwaliteit van het beroepsonderwijs te verbeteren.

Groenlinks wil de huidige studiefinanciering vervangen door een studieloon. Dit moet ruim genoeg zijn om studenten minder afhankelijk te laten worden van ouders en bijbaantjes. Het gaat hier niet om een leenstelsel, dus studenten bouwen geen studieschuld op. Het systeem wordt betaald door een belasting in te voeren voor hogeropgeleiden, de hoogte hiervan hangt af van het aantal studiejaren. Je studie op tijd afronden is dus financieel voordeliger.

ChristenUnie

Er moet verschil worden gemaakt tussen beroepsgerichte en theoretische MBO-opleidingen. Tevens moet er in het MBO beter worden samengewerkt met het bedrijfsleven. Leerlingen van het MBO krijgen een OV-trajectkaart.

De ChristenUnie wil de huidige basisbeurs behouden, wel moeten masteropleidingen duurder worden.

D66

Door middel van een vast aanmeldmoment wil D66 dat iedereen een gelijke kans heeft om op een basisschool te komen, dit moment komt te liggen op 2 jaar. Om de resultaten van basisschoolleerlingen beter te kunnen volgen wordt de Cito-toets verplicht voor alle leerlingen.

Leraren in achterstandswijken en leraren exacte vakken krijgen een hoger loon. Voor alle leraren geldt dat ze in de periode dat ze in het onderwijs werken geen studieschuld af te hoeven lossen, deze wordt proportioneel kwijtgescholden.

Ook D66 is voor vervanging van de studiefinanciering door een sociaal leenstelsel. Andere wijziging in het hoger onderwijs is de afschaffing van de numerus fixus.

Partij van de Dieren

Ook in het onderwijs heeft de PvdD veel aandacht voor de dieren. Milieu, dierenwelzijn en natuur moeten een essentieel onderdeel worden van de biologielessen.

De PvdD heeft verder veel aandacht voor de schoolboeken. Ook de budgetverantwoordelijk moet volgens de dierenpartij bij de scholen komen te liggen. Commerciële partijen mogen niet bijdragen aan de kosten van de school(boeken) om zo de onafhankelijkheid van het onderwijs en de wetenschap te waarborgen.

De Partij van de Dieren wil verder dat het collegegeld voor tweede studies niet wordt verhoogd, en dat de studiefinanciering behouden blijft.

Trots op Nederland

Trots op Nederland wil weer dat de leraar centraal komt te staan in het onderwijs. Scholen mogen voortaan nog maar een kwart besteden aan administratie e.d., de rest moet naar het onderwijs.

Het MBO moet beter gaan aansluiten bij de wensen van het MKB, ook moet er weer een onderscheid worden gemaakt tussen theoretische en praktische opleidingen. Ook de ambachtsschool moet terugkeren.

Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen moeten er strenge kwaliteitsmetingen komen, te denken valt aan een verplichte Cito-toets. Als scholen slechte kwaliteit blijven leveren moeten ze desnoods dicht.

Bij structurele spijbelaars moet er kunnen worden gekort op de kinderbijslag. Op scholen met veel probleemjongeren moet de politie regelmatig controleren op wapenbezit.


UPDATE: Ondertussen hebben ook de PVV en SGP hun programma’s gepresenteerd.

PVV

De PVV vindt dat de kwaliteit in het onderwijs flink moet worden verbeterd. Dit begint bij de leraren, de vakinhoud moet in de lerarenopleiding weer meer centraal komen te staan. Ook moeten de verhoudingen tussen leraren en leerlingen veranderen, docenten moeten weer worden aangesproken met ‘meester’ of ‘juf’.

Binnen het onderwijs zijn de problemen met het MBO het grootst, aldus de PVV. Dit moet worden veranderd door het aantal managementlagen terug te dringen. Ook moet er op kernvakken centraal geëxamineerd worden. Aan het hoger onderwijs wil de PVV niet te veel veranderen, studiefinanciering en OV-jaarkaart moeten vooral zo blijven als het is.

De PVV hecht veel waarde aan zowel openbaar als bijzonder onderwijs, en is dan ook groot voorstander van christelijke, joodse scholen etc., het islamitisch onderwijs moet daarentegen gesloten worden. Ook moet op alle scholen het volkslied worden geleerd, en de Nederlandse vlag hangen.

SGP

Voor de SGP is het bijzonder onderwijs van groot belang, ze wensen elk kind onderwijs met de Bijbel toe. Scholen moeten in hun beleid kunnen handelen vanuit hun grondslag, dit moet ook gelden bij het personeelsbeleid. Een christelijke school moet dus homo-leraren mogen weigeren.

De SGP vindt dat scholen vooral bij hun kerntaak moeten blijven, neventaken als buitenschoolse opvang moeten dus weer bij de scholen worden weggehaald.

Bij het universitair onderwijs wil de SGP de ‘harde knip’ invoeren, dit houdt in dat studenten niet aan de masteropleiding mogen beginnen voordat de bachelor is afgerond. Ook wordt het collegegeld geleidelijk verhoogd, om de opleidingen voor iedereen betaalbaar te houden moeten er leningen worden verstrekt onder gunstige voorwaarden.